Zoek de overeenkomsten…

 

Hoe Zorgvlied, Wateren en Oude Willem er in 1952 uitzagen, weten we nu alleen nog maar van horen zeggen. Dat is anders voor het dorp Anderen, tien kilometer van Assen gelegen en indertijd 280 inwoners tellend. Begin jaren vijftig betrokken twee Amerikaanse wetenschappers, John en Dorothy Keur, er een woning. Vervolgens beschreven ze een jaar lang het wel en wee van het dorp. Zoiets was nooit eerder in Nederland gedaan. Omdat Anderen indertijd op veel punten te vergelijken zal zijn geweest met Zorgvlied en omgeving, nemen we deze keer een duik in de papieren van het echtpaar Keur. Zou het hier veel anders geweest zijn?

Vrijwel iedereen in Anderen leefde zestig jaar geleden van het boerenbedrijf, waarin ieder lid van het gezin een eigen taak had. Kinderen hielpen bij het melken van de koeien en het rooien van de aardappelen. Het dorp was een hechte gemeenschap. De seizoenen bepaalden in hoge mate het dagelijks leven. Anderen telde in 1952 twee kruidenierszaken, gerund vanuit de voorkamer van een boerderij. Alleen de bakker, de smid en de cafébaas voerden een zelfstandig bedrijf. Anderen had één school. De bovenmeester woonde in het gebouw. Hij was de enige inwoner van het dorp die niet uit Drenthe kwam (en dat bleef tot 1971 zo). Tien boeren bezaten een brommer. De rest van de bevolking fietste. Eén inwoner van Anderen reed in een auto. Vrijwel niemand ging nog op vakantie in 1952. Een zeldzame uitstapje leidde naar elders in de provincie of naar Groningen.

Voor kinderen was Anderen een paradijs. Overal stond de deur open en ‘binnen zonder kloppen’ was heel gewoon. Na de lagere school gingen de meesten nog een paar jaar naar een agrarische opleiding. Daar bleef het bij. Vrijen en trouwen deed je met dorpsgenoten of jongeren uit omliggende dorpen. De helft van de kinderen werd binnen negen maanden na het huwelijk geboren. Bevallen deden de vrouwen thuis en meestal zonder hulp van een dokter. De buurvrouwen assisteerden. De buren van die buurvrouwen zorgden tijdelijk voor de kleine kinderen uit het gezin van de nieuwkomer. Scheiden was een onbekend iets in Anderen.

Een rijke boerendochter zou niet snel met een zoon van een arme boer trouwen, maar verder waren de verschillen tussen arm en rijk niet zo immens. Klassenverschil kwam niet tot uitdrukking in kleding, het eten of meubilair. Ook verschil op grond van godsdienst werd nauwelijks gemaakt, omdat de meeste inwoners hervormd waren. De dorpsbewoners hadden al met al een stevige band met elkaar. Het verenigingsleven bloeide, met als hoogtepunt de uitvoering van de toneelvereniging.

Anderen is Anderen niet meer. Het heeft een ontwikkeling doorgemaakt die ook aan Zorgvlied en Wateren niet is voorbijgegaan. Het aantal inwoners van Anderen is ongeveer gelijk gebleven, maar de winkels zijn verdwenen. Ook is de mobiliteit enorm toegenomen. Mensen van buiten (ook randstedelingen) en buitenlandse vakanties zijn de gewoonste zaak geworden. De school is gesloten. In het heel Anderen is geen kind meer te vinden onder de drie jaar. Wordt er bevallen, dan gebeurt dat in het ziekenhuis. Er zijn nog twee boeren. Veel boerderijen zijn verkocht aan buitenstaanders. Die nemen niet altijd deel aan het verenigingsleven, waardoor de gemeenschap niet meer zo hecht is als in 1952. Verenigingen zijn er nog volop, maar wel minder dat voorheen. Sinds een paar jaar verschijnt er weer een dorpskrant. Een ding is onveranderd gebleven en dat zijn de misdaadcijfers. Die waren en zijn laag.

Hans van Eeden (juli 2013)

Bron: ‘Hoe Anderen veranderde’, Willem Oosterbeek in Trouw (26 september 2012)

(Op deze tekst is het auteursrecht van toepassing. Overname alleen met toestemming van www.dejuistetekst.nl)

 

Comments are closed