‘Mit de kop naor Zorgvlied staon’

 

Hij moet een flamboyante verschijning geweest zijn, mr Lodewijk Guillaume Verwer. Samen met zijn broer Julius kocht hij in juni 1879 het huidige Zorgvlied. Het verhaal gaat dat Lodewijk zich steevast op een schimmel tussen zijn bezittingen verplaatste. Die waren talrijk, want Verwer was een ondernemend man in een tijd waarin veel kon. Een bank oprichten bijvoorbeeld.

Nederlandse Hypotheekbank

Zowel Julius als Lodewijk Guillaume zetten hun stappen in de financiële wereld, al pakte de laatste het wat grootser aan. Zijn Noordelijke Hypotheekbank werd in het voorjaar van 1887 in Zorgvlied opgericht, met een startkapitaal van 229.000 gulden. De aandeelhouders waren, evenals de broers Verwer, vooral juristen en in meerderheid afkomstig uit het Noorden. Broer Julius Verwer ‘bankierde’ vanaf september 1889 in Leeuwarden, waar hij samen met F.H. Sprock, ook al jurist, het kassiers- en effectenbedrijf Sprock & Verwer had opgericht. Bij Sprock & Verwer kon men ook terecht voor de pandbrieven (een soort obligaties) van de Noordelijke Hypotheekbank.

De Noordelijke Hypotheekbank had de eerste jaren nog geen eigen pand.De bouw daarvan, op een akker van het voormalig Landbouwkundig Instituut van de Maatschappij van Weldadigheid, werd op 13 mei 1889 aanbesteed. Naar een ontwerp van W.C. du Crocq verrees op, wat nu Dorpsstraat 40 is, een ‘kantoor met Conciergewoning’. Geen gewoon kantoor, maar een met een ‘brandvrije kluis’ (nog steeds het hart van het huis). De bank zat op de begane grond, onder een plafond met een imponerende hoogte van 3,60 meter, en de conciërge woonde boven met zijn gezin.

Eind negentiende eeuw richtte je nog vrij gemakkelijk een bank op. Er waren tal van hypotheekbanken in het Noorden. Rijke particulieren staken er hun geld in, dat ‘veilig’ uitgeleend werd om onroerend goed (meest boerderijen) van te kopen. Ook verkregen zulke banken hun kapitaal door deposito’s aan te trekken en pandbrieven uit te geven.

De Noordelijk Hypotheekbank boerde niet slecht, want er werd regelmatig dividend uitgekeerd aan de aandeelhouders. Kennelijk werd Zorgvlied te klein voor de bank, want in 1912, 25 jaar na de oprichting, verkaste het bedrijf naar de Stationsweg 1 in Zwolle. Een zoon van de oprichter, die in 1910 was overleden, was toen directeur. In 1920 fuseerde de Noordelijke Hypotheekbank met de Zuider Hypotheek Bank in Breda. Het bedrijf bleef op papier nog bestaan tot begin 1939. Toen werd het door de Zuider Hypotheek Bank geliquideerd en kregen de aandeelhouders hun inleg terug.

De Noordelijke Hypotheekbank leeft voort in een gedicht van Stellingwerver H.J. Bergveld. Het gaat over Pieter, een boer die pronkt met zijn nieuwe bedrijf, maar zich daarvoor wel tot zijn nek in de schulden heeft gestoken. ‘Now wat zeg ie d’r wel van?’, vraagt hij de mulder (molenaar). Die antwoord met: ’t Is now, daj’mi’j d’r naor vraogen. ‘k Har d’r eens niet over praot. Mar mi’j donkt, dat ’t huus te veule mit de kop naor Zorgvlied staot.’

Hans van Eeden (juni 2013)

(Op deze tekst is het auteursrecht van toepassing. Overname alleen met toestemming van www.dejuistetekst.nl)

 

Comments are closed