Het voeteneind van Drenthe

 

Het was voor verslaggever Pieter Terpstra in 1960 zo klaar als een klontje: “Ze hebben wel moed, daar in Zorgvlied.” Terpstra legde indertijd zijn oor te luisteren in café De Harmonie. Dominee F. Faber was blij met zijn komst. “We vinden het fijn, dat we er ook eens bij gerekend worden”, vertrouwde hij de journalist toe. De verslaggever hoorde hoe de grootgrondbezitter L.G. Verwer in de tweede helft van de negentiende eeuw een soort kolonie van weldadigheid in Zorgvlied had willen stichten, maar dan op roomse grondslag. Hoe hij roomse gezinnen uit heel Nederland naar hier haalde en hoe hij een dorp met een kerk, school, bank, tabaksfabriek, arbeidershuizen en villa’s uit de grond stampte. Door financiële tegenwind voor L.G. Verwer verliep het anders. Zijn bezit verbrokkelde en de familie verliet zo’n honderd jaar geleden het dorp.

Café De Harmonie

Café De Harmonie

Terpstra verhaalt 25 juni in de Friese Koerier over een dorp met een veel te grote roomse kerk en een eveneens te grote openbare school. “En het ergste van alles is”, vertelde dominee Faber hem, “dat Zorgvlied nu een beetje vergeten wordt.” Iets dat de andere bezoekers van het café beaamden: “We kunnen niet zeggen aan wie het ligt, dat we hier vergeten worden, maar we willen in ieder geval zelf graag anders. Misschien zouden we wat kunnen bereiken met toerisme, maar dan moeten er eerst voorzieningen worden getroffen.” En zo kwam het gesprek op onder meer de gebrekkige water- en elektriciteitsvoorziening in die jaren.

Kommer en kwel dus en vandaar dat ‘ze hebben wel moed, daar in Zorgvlied’, waarmee ik deze bijdrage begon. Een vorm van medeleven waarover Terpstra zelf opmerkt dat ‘misschien ieders sympathie altijd met de vergetenen is’. Maar wellicht had Zorgvlied ook om een andere reden zijn hart gestolen. Het was namelijk goed toeven geweest in De Harmonie, zo lezen we: “In de hoek van de zaal speelde een groep wat verlegen, maar charmante jonge meisjes accordeon, gitaar en mandoline”. Ze gaven het gesprek ‘zo’n aardige achtergrond’ en bewezen “dat de jeugd in Zorgvlied ook nog iets anders kan dan dubbeltjes in een jukebox gooien om muziek op bestelling te krijgen.”

Het gevoel dat Zorgvlied ‘een beetje vergeten’ wordt, stak ook midden jaren negentig van de vorige eeuw de kop op. Toen stelde Plaatselijk Belang voor dat Zorgvlied, Wateren en Oude Willem zich maar bij Friesland moesten aansluiten. Een ludieke actie, zo begrijpen we uit een krantenknipsel van februari 1994 (Leeuwarder Courant), maar wel met een serieuze ondertoon. “Van oudsher richten de mensen zich hier al op Friesland”, verklaarde Willy Hielkema van Plaatselijk Belang, dan konden de drie dorpen ook wel onderdeel van de gemeente Ooststellingwerf worden.

De suggestie om over te lopen was gedaan tijdens een inspraakavond in het dorp. Plaatselijk Belang had al een ‘vredelievend gesprek’ met burgemeester Cox van Diever gevoerd. Hem was daarin te kennen gegeven dat hij het idee niet al te serieus hoefde te nemen. Niettemin had hij goed begrepen dat de bewoners het gevoel hadden ‘er maar wat bij te hangen’, zo vertelt hij 3 februari in de Leeuwarder Courant. Zo is het, reageerde Willy Hielkema: “We zitten op het voeteneind van Drenthe”.

Hans van Eeden (mei 2013)

P.S.

Willy Hielkema is op 30 april 2013 benoemd tot lid in de Orde van Oranje-Nassau.

(Op deze tekst is het auteursrecht van toepassing. Overname alleen met toestemming van www.dejuistetekst.nl)

 

Comments are closed