Het tolhuis van Zorgvlied

 

Tegenwoordig is de toegang tot Zorgvlied geheel gratis, maar dat was ooit anders. Tot in 1929 moesten reizigers bij een tolhuis op de grens met Friesland (Verwersweg 30) eerst hun portemonnee trekken om verder te kunnen. Betaalden ze het tolgeld niet, dan bleef de tolboom gesloten. De eerste tol werd in Drenthe al rond het jaar 1000 geheven, zo leert ons W. Houtman in zijn boek ‘Tolheffing op wegen in Drenthe’. In de begintijd waren het vooral in- en uitvoerheffingen. Later werd de opbrengst gebruikt om (water-)wegen aan te leggen en te onderhouden. Naarmate het wegverkeer na 1900 toenam werden de tolbomen steeds meer als hinderlijk ervaren, terwijl men zich door de invoering van de wegenbelasting in 1926 ook nog dubbel ‘gepakt’ voelde.

In de gemeente Diever werd zo’n honderd jaar geleden nog op tal van plaatsen tol geheven. De tol op de weg naar Wateren werd midden jaren twintig afgeschaft (op een kaart uit 1892 staat de tolpoort (rijdend vanuit Zorgvlied) aan de rechterkant van Wateren, vlak na de kruising van die weg met de Huenderweg, maar of die poort daar ook daadwerkelijk gestaan heeft is niet zeker). In 1928 volgden de tollen in Kalteren en Wapse. Het tolhuis in Zorgvlied was een van de laatste drie posten. Het werd in bedrijf gehouden door een tolgaarder in dienst van de gemeente. Samen met Dieverbrug en Wittelte werd de post op 1 mei 1929 gesloten. “Voor het snelverkeer is dit een feit van betekenis. Ook de inwoners hier zijn er zeer mee ingenomen”, berichtte het Nieuwsblad voor Friesland indertijd.

Want de tollen waren niet populair en dat leidde wel eens tot vernielingen. Kennelijk tot heimelijk genoegen van velen, want de diefstal van de tolboom in Zorgvlied eind 1928 was niet alleen het verhaal van de dag in de regionale kranten, maar haalde zelfs de Nieuwe Tilburgsche Courant. “Gisterenmorgen bij het ontwaken kwam de tolgaarder Muller te Zorgvlied tot de minder aangename ontdekking dat de tolboom verdwenen was”, meldde die krant op 12 oktober. “De zware hekken zijn vermoedelijk per auto naar elders gebracht”, wist het Leeuwarder Nieuwsblad. “Natuurlijk werd dadelijk gedacht dat men hier te doen had met lieden die op een dergelijke manier de strijd tegen de tollen wilden steunen”, voegde het Nieuwsblad van het Noorden toe. Dat bleek al snel reuze mee te vallen. De kwestie liep met een sisser af. Na enige tijd werd het hekwerk namelijk gewoon in een bos van de heer Ackerman gevonden. Niet heel ver van het tolhuis dus. Met ‘vermoedelijk heeft men hier met baldadigheid te doen gehad’ sloot het Nieuwsblad van Friesland een week later het dossier.

Het tolhuis bleef na de sluiting in 1929 staan en het bevindt zich heden ten dage nog in vrijwel authentieke staat. Cultuurhistorisch staat het te boek als ‘een tolhuis van het krimpentype uit omstreeks 1900, in sobere ambachtelijk-traditionele trant’. Als enige pand van Zorgvlied, Wateren en Oude Willem heeft het tolhuis een plek op de provinciale monumentenlijst.

Hans van Eeden (september 2013)

(Op deze tekst is het auteursrecht van toepassing. Overname alleen met toestemming van www.dejuistetekst.nl)

 

 

Geef een reactie